Historie Historie

De Dorpskerk

Het gebouw van de Hervormde Gemeente te Baambrugge is in 1844 gebouwd. De eerste steen werd op 15 maart 1844 gelegd door de achtjarige Paulus Hubert Andries Martini Buijs, bewoner van het kasteel Loenersloot.

Op zondag 20 oktober 1844 werd het nieuwe kerkgebouw in gebruik genomen. De geschiedenis van het gebouw en de gemeente gaat echter terug tot omstreeks het jaar 1400. Toen werd er in Baambrugge een kapel gebouwd, als onderdeel van de parochiekerk van Abcoude. De Baambruggers die in deze kapel samenkwamen, werden gediend door een kapelaan of vicaris, ook wel vice-cureit genoemd.

De kapel is verbouwd en wellicht vergroot in de jaren 1505 en 1650. Dit valt af te leiden uit de jaartallen die zijn aangebracht boven de ingang van het portaal aan de oostelijke kant van het kerkgebouw.
Na de afzwering van de Spaanse overheerser Filips II in 1581, werd bij placcaat van 1584 de uitoefening van de Roomse eredienst verboden. De uitwerking hiervan vond in Abcoude plaats in 1586. In 1588 werd door de Directie-kamer te Utrecht toestemming verleend een predikant te beroepen, mits die (in reformatorische zin) gezond in leer en leven zou zijn.
Ook de reformatorische gemeente bleef onderdeel van Abcoude en wel tot 1633. In dat jaar moest het kerkgebouw te Abcoude een restauratie ondergaan en werd aldaar een orgel noodzakelijk geacht. Tegen de bijdrage in de kosten daarvan kwamen de Baambrugse leden in verzet. Gedeputeerde Staten stelden Baambrugge in het gelijk, waardoor het mogelijk werd een zelfstandige gemeente te vormen met een eigen predikant.


In 1842 bleek het oude kerkgebouw in zo’n slechte staat, dat besloten werd tot totale nieuwbouw. Tot architect/opzichter werd benoemd G. Meijers uit Diemen, die in dienst was bij het hoogheemraadschap ‘Aemstelland’. Hij ontwerpt het kerkgebouw in de zogenaamde ‘waterstaatstijl’. De gevel kan neoclassicistisch genoemd worden, die teruggrijpt op klassieke vormen. 
In 1928 heeft het interieur een belangrijke restauratie ondergaan. Ter herinnering aan de nieuwbouw en aan de restauratie zijn de jaren 1844 en 1928 aangebracht in twee gekleurde ramen in de gevel aan de torenzijde, zichtbaar links en rechts van het orgel.  
In het kerkgebouw bevindt zich nog een houten preekstoel uit het jaar 1642.



Het orgel dateert uit 1862/63 en is gebouwd door orgelbouwer Knipscheer te Amsterdam. In 1965 is het gerestaureerd en uitgebreid door Van den Berg & Wendt, Orgelbouw te Nijmegen/Zwolle. De mixtuur van het orgel bestaat uit: Prestant 8, Bourdon 8, Octaaf 4, Roerfluit 4, Octaaf 2, Mixtuur III-IV en Trompet 8. Pedaal: Bourdon 16.
De toren is het oudste bouwwerk van het kerkgebouw. Het exacte bouwjaar is niet bekend.
De spits van de toren is in 1726 vernieuwd.


 
 
   

In 1651 werd er een luidklok in de toren geplaatst. Daarin is de volgende inscriptie aangebracht: ‘De gemeente heeft mij betaelt en doen gieten + Ten tijde Schoudt Pauw + Henricus Malecoodt predicant + Marten Segersen, Joost Jansen Drost kerkmeesters + Johan Dop me fecit 1651. (Me fecit betekent: maakte mij.)
Het uurwerk dateert uit 1615 en werd in 1684 en 1743 gerepareerd.
Dit fraaie, maar vooral unieke voorwerp is sinds 1978 niet meer in de toren aanwezig, maar staat, sinds de laatste restauratie in 2013/2014, in het kerkgebouw.



 






De grondige restauratie van de Dorpskerk in 2013/14

 

Na de restauratie, juni 2014

terug